Afkortingen

In haakpatronen worden altijd afkortingen gebruikt omdat anders de patronen te lang worden. Daarom worden er veel afkortingen en symbolen gebruikt bij het schrijven van haak- en breipatronen.

Als men begint met haken is het een kwestie van even onder de knie krijgen maar doorgaans leert en went men snel aan de manier waarop een patroon is geschreven en kan men de afkortingen snel toepassen.

Afkortingen gebruikt bij het haken.
 
drie d. st. driedubbelstokje
d.st. dubbel stokje
haakn. haaknaald
herh. herhalen
h.st. half stokje
h.v. halve vaste
k.l. keerlosse
kettingst. kettingsteek
lo. losse
meerd. meerderen
mind. minderen
no. nummer
omsl. omslag
patr. patroon
v. vaste
st. stokje

Gebruikte Symbolen bij haken:

Een * in een patroontoer betekent dat de steken na dit teken herhaald moeten worden.
Ronde haakjes ( ) omsluiten een combinatie van handelingen voor een bepaalde steek en beduiden dat deze combinatie in dezelfde volgorde herhaald moet worden.

Bekijk ook andere Adviesplaats sites: